Van de Kielswieke Hovawarts

 

 HOME

OVER ONS

DE HOVAWART

ONZE HONDEN

ARTIKELEN

PUPS

CONTACT OPNEMEN

Conditietraining met de hond

Een Hovawart is een hond die van nature heel bewegelijk is. Hij rent graag en loopt graag grote afstanden met zijn baas. Een hond in topconditie is ook nog eens een lust voor het oog. Hij is dan actief, fit en gezond. Een topconditie is echter ook bij een Hovawart niet aangeboren. Voor iedere atleet is het hard werken om in topvorm te komen. Dit kan bereikt worden door conditietraining, maar dan wel op een verantwoorde en veilige manier.

De jonge hond

Het is niet verstandig om te vroeg met conditietraining te beginnen. Wacht in ieder geval tot de hond een jaar oud is Dit geldt ook voor alle vormen van hondensport waarbij de hond moet springen, zoals Agility (behendigheid) en Breitensport. Tot die tijd is de normale beweging die de hond krijgt door spelen en lopen voldoende. De jonge hond heeft een bottenstelsel dat sterk in de groei is waardoor het nog veel kraakbeen heeft, dat nog niet stevig en uitgehard is. Ook zijn z’n spieren nog niet echt goed ontwikkeld. Overbelasting van zo’n hond kan tot ernstige, blijvende schade leiden aan zijn botten- en pezengestel (o.a. HD). Houdt bij het lopen in ieder geval de globale regel aan dat de hond per maand leeftijd 5 minuten achter elkaar mag wandelen. Een drie maand oude pup heeft dus aan een kwartiertje wandelen per keer meer dan genoeg en een hond van 8 maanden kan een wandeling van 40 minuten al goed verwerken, mits je dit wel hebt opgebouwd. Vanaf een jaar kan heel voorzichtig met een lichte conditietraining worden begonnen. Hiervoor geldt het trainingsschema voor jonge honden verderop in dit artikel.

Belangrijke trainingsregels

Er zijn enkele belangrijke trainingsregels die het uitgangspunt van ieder trainingsprogramma moeten zijn. Het is van groot belang dat deze regels goed in de gaten worden gehouden. Het gaat tenslotte om de training van je trouwe makker en blessures en mogelijk ergere schade moeten worden voorkomen.

 Regel 1: geleidelijk toenemende belasting

Als de belasting niet geleidelijk wordt opgevoerd, blijft het beoogde resultaat uit. Een Hovawart die elke dag 20 minuten naast de fiets loopt, zal in de problemen komen wanneer hij ineens 40 minuten moet meedraven. Om die 40 minuten te bereiken, zal de trainingsduur geleidelijk moeten worden opgevoerd. Het is belangrijk om de belasting geleidelijk toe te laten nemen.

 Regel 2: dat wat je traint, verbetert

Heel simpel gezegd betekent dit dat een Hovawart die aan de fiets loopt, door een verbetering van zijn conditie, beter zal gaan lopen. Maar het is niet zo dat deze hond nu ook beter kan zwemmen (andere beweging), hoger zal springen (kracht), of sneller zal sprinten (snelheid).

 Regel 3: als je stopt, ga je terug naar af

Helaas is het zo dat, als we stoppen met trainen, de opgebouwde conditie weer teruggaat naar af. Alle trainingswinst verdwijnt. Dit wordt reversibiliteit genoemd. Als een hond een periode ziek is geblesseerd is, zal zijn conditie een enorme terugval krijgen. Een veel gemaakte fout is dan, om te hard van stapel te lopen wanneer de training weer hervat kan worden. Er is weer tijd nodig om de conditie op te bouwen naar het oude niveau. Hetzelfde geldt ook na een vakantieperiode als er niet getraind is. Gestart zal weer moeten worden met het begin van het trainingsschema.

 Regel 4: goed is goed genoeg

Als de Hovawart na vele maanden training maar liefst een uur naast de fiets kan meelopen, vergt het veel extra training om nóg verder te komen. Hoe beter de hond is getraind, des te moeilijker is het om nog vooruitgang te boeken. Daarom geldt: “goed is goed genoeg”, want de kans op blessures neemt bij zeer veel trainingsarbeid toe. Te veel is niet goed, doe alles met mate.

 Naast deze vier basisregels spelen bij het opstellen van een trainingsprogramma nog enkele factoren een rol, namelijk: de aard van de training, de intensiteit of zwaarte van de training, de duur, de frequentie en de rustmomenten.

 De aard van de training

De aangewezen methode om de conditie van de hond te verbeteren, is het aangelijnd naast de fiets in draf te lopen. Het vergt heel wat training voordat de hond ontspannen naast de fiets meeloopt. Kies om te beginnen een route met weinig verkeer, zodat er weinig afleiding is. De lijn mag nooit strak gespannen staan, de hond moet soepel meelopen. Een ontspannen draf (niet in telgang natuurlijk) is te herkennen aan een gelijkmatige beweging, de hond is in balans. Galopperen is uit den boze. Dit zie je vaak gebeuren als mensen de hond even willen afjakkeren voor het eten of voor een bezoek van de buren. Voor jonge honden is dit helemaal funest, omdat hun bot- en spierstelsel nog volop in ontwikkeling en dus zeer kwetsbaar is. Ons doel is tenslotte een goed getrainde hond met een stabiele voor- en achterhand en zonder gewrichtsproblemen.

Om blessures te voorkomen, moet ervoor gezorgd worden dat de jonge hond in rustige tred op een gelijkmatige, liefs zachte ondergrond loopt. Kies zo mogelijk een route met onverharde wegen, maar vermijd slechte paden met veel kuilen en gaten of weggetjes met asfaltgrint.

 Intensiteit of zwaarte van de training

In het algemeen ligt bij een fietstraining het tempo (de snelheid) tussen de tien en vijftien kilometer per uur. Dit is uiteraard afhankelijk van de hond. Let erop of de hond ontspannen draaft en of hij het tempo goed kan volhouden. Er mag geen sprake zijn van gejakker. Een snelheidsmeter kan handig zijn, maar na een aantal trainingen merk je als snel wat het juiste tempo voor de hond is.

Met intensieve training kan beter worden gewacht tot de hond twee jaar oud is en de heupuitslag bekend is. Een hond het HD-vrije heupen kan nu eenmaal meer belast worden dan een HD-plus.min of HD-positieve hond. Dit wil niet zeggen dat een HD-positieve hond niet naast de fiets kan. Een hond met heupdysplasie kan wel degelijk baat hebben bij een trainingsprogramma, uiteraard zolang de hond geen pijn heeft. Natuurlijk moet daarbij uitermate voorzichtig gedaan worden en de intensiteit moet laag worden gehouden. In dit geval mag de training niet te lang duren. Om een goed stabiliserend en conditieverhogend effect te krijgen, heeft het geen zin om deze hond langer dan 20 minuten te laten draven.

 Duur en frequentie van de training

De in dit artikel opgenomen trainingsschema’s geven aan hoe vaak per week en hoe lang er met de hond kan worden gefietst. De schema’s gaan uit van het aantal minuten dat de training duurt en niet van een bepaalde afstand, omdat iedere hond in zijn eigen tempo loopt. Begin tijdens de training met een rustig tempo en geef de hond ongeveer vijf minuten de tijd om in het ritme te komen. We noemen dit de warming-up. Ook na de training is het belangrijk om nog een vijftal minuten uit te lopen (cooling-down). Het is belangrijk dat de hond een frisse indruk maakt gedurende de training; forceer de hond dan ook nooit. Hij mag nooit en te nimmer van vermoeidheid gaan zitten of liggen en al helemaal niet gaan manken. Concentratie van de kant van de baas is gewenst, blijf altijd alert.

Rustdagen zijn even belangrijk voor de conditie als trainingsdagen. Juist door te rusten en te herstellen, gaat de prestatie vooruit. Daarom is goed herstellen zo ontzettend belangrijk. De trainingen mogen dus niet te dicht op elkaar zitten, want dan raakt de hond uitgeput. We spreken dan van een overbelaste hond. Vermoeidheid, stijfheid, veel behoefte aan slaap, lamlendigheid enzovoort, steken dan de kop op. De oplossing is: even niet trainen, laat hem eerst helemaal bijkomen. Te veel rust is natuurlijk ook niet goed. Daarom is het belangrijk een goed trainingsschema te gebruiken.

Trainings- en onderhoudsschema voor de jonge hond

Dit eerste trainingsschema is uitstekend te gebruiken voor jonge honden tussen de één en twee jaar. De trainingscyclus bestaat uit zes weken, gevolgd door twee weken rust.

 In week 1 wordt voorzichtig begonnen met vijf minuten op dag 1. Waarschijnlijk is dit de eerste keer dat de jonge hond naast een fiets loopt. Neem voldoende tijd om hem te laten wennen en zorg ervoor dat hij het leuk blijft vinden. Dag 2 is een rustdag. Op dag 3 loopt de hond al tien minuten naast de fiets. Dan volgt weer een rustdag (dag 4), waarna de training van dag 3 herhaalt op dag 5. Daarna heeft de hond twee dagen rust. Week 1 zit erop. In de daarop volgende weken worden het aantal trainingen en de duur van de training langzaam uitgebreid. Het is belangrijk om het schema precies te volgen. Als dit consequent wordt gedaan, loopt de hond na zes weken 20 minuten naast de fiets. Na deze periode is het goed om even een week rust te houden.

Trainingsschema voor de jonge hond (tussen één en twee jaar oud)

 

Dag 1

Dag 2

Dag 3

Dag 4

Dag 5

Dag 6

Dag 7

Week 1

5 min.

-

10 min.

-

10 min.

-

-

Week 2

10 min.

10 min.

-

10 min.

10 min.

-

-

Week 3

10 min.

10 min.

10 min.

-

10 min.

10 min.

-

Week 4

15 min.

10 min.

-

15 min.

10 min.

5 min.

-

Week 5

15 min.

10 min.

10 min.

-

15 min.

10 min.

-

Week 6

15 min.

10 min.

10 min.

-

20 min.

10 min.

-

Week 7

-

-

-

-

-

-

-

  

Het is niet verstandig om voor een jonge hond het aantal minuten op te voeren. Wacht daarmee tot de hond twee jaar oud is. Om de conditie op peil te houden, kan het onderhoudsschema voor jonge honden worden gevolgd. Na een maar maanden zal gemerkt worden dat de looptraining naast de fiets er gewoon bij hoort, net als de dagelijkse wandeling.

 

Onderhoudsschema voor de jonge hond (tussen één en twee jaar oud)

Dag 1

Dag 2

Dag 3

Dag 4

Dag 5

Dag 6

Dag 7

20 min.

Rust

15 min.

Rust

Rust

15 min.

rust

  

Trainings- en onderhoudsschema voor de volwassen hond

De hond is twee jaar geworden en prima gezond. Hij is uitgezwaard, heeft stevige botten, zit goed in de spieren, heeft een sterk hart en goed ontwikkelde longen. Kortom hij is volwassen. Dit is het moment om de trainingsarbeid voorzichtig uit te breiden.

 

Als er voor het eerst met conditietraining wordt begonnen, dan is het niet verstandig om met week 1 van het trainingsschema voor volwassen honden te beginnen. Start dan met week 3 van het schema voor jonge honden. Werk dit programma eerst af voordat verder wordt gegaan met het schema voor volwassen honden. Dit is een pittig trainingsschema, een echte uitdaging, niet alleen voor de hond maar ook voor zijn baas/begeleider. Samen werken aan de conditie, want ook die van baas/begeleider zal verbeteren. De ervaring leert dat het vanaf week 3 behoorlijk zwaar wordt. Let vanaf dit moment extra goed op of de hond het nog aankan. Besef dat het trainingsschema een richtlijn is. Het is geen scande om te stoppen bij week 3 of 4 en over te stappen op het onderhoudsschema voor (let op!!) de jonge hond.

Lukt het allemaal goed, dan kan de hond aan het eind van de trainingsperiode een uur lang naast de fiets lopen. En dat is een hele prestatie!

 

Trainingsschema voor de volwassen hond (ouder dan twee jaar)

 

Dag 1

Dag 2

Dag 3

Dag 4

Dag 5

Dag 6

Dag 7

Week 1

25 min.

15 min.

-

25 min.

20 min.

-

-

Week 2

30 min.

20 min.

-

30 min.

-

30 min.

-

Week 3

35 min.

20 min.

30 min.

-

30 min.

20 min.

-

Week 4

40 min.

20 min.

-

-

40 min.

15 min.

-

Week 5

40 min.

25 min.

-

40 min.

20 min.

-

-

Week 6

45 min.

20 min.

-

-

60 min.

-

20 min.

  

Na dit trainingsschema is het goed de hond twee weken rust te geven en gewoon lekker met hem te gaan wandelen. De trainingsopbouw kan uitstekend worden gebruikt als voorbereiding op het nieuwe werkseizoen. Om de hond topfit te houden, kan het onderhoudsschema voor de volwassen hond worden gevolgd.

 

Onderhoudsschema voor de volwassen hond (ouder dan twee jaar)

Dag 1

Dag 2

Dag 3

Dag 4

Dag 5

Dag 6

Dag 7

30 min.

Rust

20 min.

Rust

Rust

20 min.

rust

 

Het vereist een behoorlijke investering in tijd en veel discipline om de trainingsschema’s te volgen. Het is van groot belang om je niet op het schema blind te staren. Het trainingsschema is een richtlijn, niet meer en niet minder. Kijk altijd goed naar de hond. Het kan natuurlijk gebeuren dat ‘ie een slechte dag heeft. Accepteer dat dan en doe het rustig aan. De schema’s zijn opgesteld om houvast te bieden en de conditie van de hond zo veilig en verantwoord mogelijk op te bouwen.

Nog enkele adviezen:

Laat de hond tien minuten na de training schoon water drinken.

Geeft hem geen eten gedurende drie uur voor en één uur na de training.

Controleer de voetzolen op scheurtjes, glassplinters of doornen, vóór en na de training. Zit er een scheurtje in de voetzool of mankt de hond om een andere reden: stoppen!

De hond loopt rechts naast de fiets aan een gewone halsband of in een tuigje. Nooit aan een slipketting. Een “Springer” is een ideaal hulpmiddel om zelf de handen vrij te houden voor het fietsen en de hond loopt zo op een veilige manier naast de fiets.

Kies een rustige trainingsroute, zodat hond en baas zo ontspannen mogelijk kunnen fietsen.

Kies een zachte ondergrond als dit mogelijk is (bosgrond, gras). Dit bemoeilijkt het fietsen maar voorkomt pees-, spier- en gewrichtsproblemen. Vooral bij jonge honden is voorzichtigheid geboden bij het lopen op asfalt. Probeer zo mogelijk de hond in de berm te laten lopen (mits vlak) en houdt hem extra goed in de gaten.

Neem één hond tegelijkertijd aan de fiets.

Train niet bij temperaturen boven de 20 graden of bij hoge luchtvochtigheid, dus voorzichtig in de zomer. Bij lagere temperaturen kun je prima aan de slag, ook al regent het.

Natuurlijk wordt er niet met een loopse teef getraind omdat je anders binnen de kortste keren meer honden naast de fiets hebt.

Laat de hond na de training in de kennel, bench of mand lekker uitrusten.

Op rustdagen is het goed om de hond te laten zwemmen. Het ontspant de spieren en zorgt voor een sneller herstel van de laatste training. Dit geldt natuurlijk niet in de winter. De temperatuur van het water moet wel aangenaam zijn (mei tot november).

§ Bronvermelding:

Boek: “De Labrador Retriever” door Kees der Weduwe, inspanningsfysioloog

Vandekielswieke.nl 2007